CLUB SENIORS DAMES JEUGD INFO MEDISCH EVENEMENTEN  SPORTIEF LINKS SPONSORING AFGELASTINGEN
HOME
         
ORGANOGRAM MEDISCHE CEL  MEDISCH BEGELEIDINGSPLAN MEDISCHE INFO MEDISCHE TELEFOONNUMMERS MEDISCHE VRAGENLIJST STAPPENPLAN BIJ BLESSURE AANGIFTE ONGEVAL
  VRAGENLIJST BIJ EEN ONGEVAL

 

Allerlei informatie over EHBO en blessures

 

INHOUDSTABEL

EHBO voor VOETBALLERS
WARMING UP – STRETCHING
HARTSLAG / HARTSLAGMETERSSPIEREN
VOEDING – GEWICHTSPROBLEMEN
STRESS / ADRENALINELIESLETSELS
LIESLETSELS
SPIERLETSELS


LIESLETSELS
Binnen de categorie van de liesletsels vinden we de pubalgie terug. Zowel op amateurniveau, als op profniveau (zie Davy Oyen) is dit een vaak voorkomend letsel. Pubalgie is een algemene term die je in het voetbalmilieu en in de kranten regelmatig ziet opduiken. Enkele andere termen, die meestal refereren naar de oorzaak of de plaats, zijn tendinitis van de adductoren, insertieletsel van de adductoren, tendinitis van de buikspieren, letsel aan het lieskanaal of inguinaal kanaal, …
Telkens komt het element van pijn aan het pubisbeen of schaambeen terug.

Anatomie:
De adductoren bevinden zich aan de binnenzijde van de dij en bestaan uit drie delen, nl. de adductor magnus, brevis en longus. Daarnaast liggen in dezelfde streek en hebben tevens dezelfde eigenschappen : de pectineus en de gracilis.
De buikwand wordt door volgende spieren aan de voorzijde en de zijkanten gevormd : voor : rectus abdominis of rechte buikspier en de piramidalis; aan de zijkanten : obliquus internus en externus abdominis en de transversus abdominis of de schuine buikspieren.
Het lieskanaal of het inguinaal kanaal : is een tussenruimte aan de voorzijkant van de buikwand en bevindt zich in de liesstreek. Dit "kanaal" wordt gevormd door vier wanden : de schuine buikspieren vooraan en bovenaan, de crurale boog onderaan en de transversale fascia achteraan. Dit is de zwakste plaats en hier komen dan ook de meeste inguinale hernia's voor (zie verder).
De symphysis pubica vormt het voorste gewelf van de bekkengordel en is de plaats waar de voorste spierkrachten zich bundelen.
De volgende letsels kunnen we onderscheiden :
- insertieletsels : adductorentendinitis en hamstringtendinitis
- gewrichtsletsel : pubis nl. van de symphysis pubica
- letsels van de buikwand of inguinaal kanaal in combinatie met een
buikspierletsel.
Verder kunnen we onderscheid maken tussen de pubalgie veroorzaakt door een direct trauma (zeldzamer) en de pubalgie die meer chronisch is. Deze chronische pubalgie vindt haar oorsprong meer in een onevenwicht in de spieren van de romp en de ledematen. Vb. te zwakke buikspieren veroorzaken een overbelasting ter hoogte van de pubis of de lies bij herhaalde inspanning; dit vooral bij het trappen op doel, (sliding-)tackle, …


Klinisch verloop:
Ter hoogte van de lies ontstaat er geleidelijk pijn die na wedstrijd of training optreedt en na rust verdwijnt. Geleidelijk kan de pijn erger worden. Daarom zal de speler de klacht meestal uiten na verloop van enkele weken/maanden. Dit sluit dan ook scheurtjes in pees of spieren uit, gezien dit meer acuut is.
Pijn is het belangrijkste symptoom en situeert zich ter hoogte van de liesstreek, unilateraal of alternerend. Rust doet de pijn afnemen. De pijn kan stekend zijn en eventueel uitstralen. Druk op de pezen of de insertie kan zeer pijnlijk zijn.
Adductie tegen weerstand geeft pijn. Soms kan pijn opgewekt worden bij het hoesten of het niezen, welke ook uitstraalt naar adductoren en buikspieren. Dit wijst op een letsel van het lieskanaal.


Evolutie:
De klachten kunnen willekeurig verbeteren of verergeren. Spontaan herstel is mogelijk, maar meestal is een specifieke behandeling, met rust als hoofdbestanddeel, nodig om volledig te genezen.
Behandeling (van de chronische pubalgie) :
1. Conservatieve behandeling :
Om tijdelijk verbetering te bekomen is een pijnstillende behandeling, gericht op de symptomen, steeds uit te voeren. Rust is zoals hoger reeds vermeld zeer belangrijk.
- Daarnaast is zeker ook van essentieel belang de correctie van de gewrichten en het versoepelen van de spieren : adductoren, abductoren, rechte en schuine buikspieren. Stretching van buikspieren, adductoren en psoas is ook aangewezen.
- Verbeteren van de statiek, indien hyperlordose aanwezig is.
- Preventie (zie verder)
Indien de buikwand aangetast is, moeten ook de buikspieren verstevigd worden.
2. Chirurgische behandeling :
Bij letsels van het lieskanaal, een te ver gevorderd letsel of als de gewone behandeling niet helpt, is operatief behandelen noodzakelijk.
Hier krijg je ofwel een behandeling ter ontspanning, ter stabilisatie of een gemengde techniek.
- postoperatieve behandeling :
1° fase = rust/pijnstillend ong. 2 weken
cryotherapie en elektrotherapie , onderhoud van de andere spieren, niet belasten van het letsel.
2° fase=spieropbouw 3° week
anti-inflammatoir; fysiotherapie, massage; spierrekkingen; proprioceptie.
3° fase=intensieve training 3 weken
stretching; spiertonificatie; proprioceptie; uithouding, kracht en pliometrie.
Laatste fase =training 7°/8° week
Onder begeleiding de training hervatten met onder meer sportspecifieke oefeningen (zie bij TRAININGEN : wederaanpassing van de speler of de revalidatietraining.)
Belangrijk is de samenwerking dokter/kinesist/trainer/speler.


Preventie:

Preventie is een essentieel onderdeel bij een conservatieve behandeling. Enerzijds moeten de "zwakke" punten bij de sporter weggewerkt worden door spiertonificatie, stretching, houdingscorrectie waar nodig. Anderzijds moet je de sporter leren sportmedisch verantwoord bezig te zijn : voldoende rust, eventuele infecties behandelen, verantwoord bezig zijn met je voeding, de juiste trainingsaanpak met zeer belangrijk hierbij de voldoende recuperatie na training of wedstrijd (cooling-down) en aangepast fysiologisch trainen (teveel maximale en supra-maximale inspanningen vermijden).



STRESS / ADRENALINE


Inleiding:
Iedereen heeft spanning nodig om te presteren. Wees daarom niet bang voor stress maar leer ermee om te gaan! Zie stresssymptomen als een snelle hartslag, geen eetlust en veel naar het toilet gaan als positief. Je lichaam bereidt zich voor op actie en maakt adrenaline aan. Wees niet angstig voor deze verschijnselen. Adrenaline is je vriend, verwelkom het als zodanig. Het is geen vijand. Zonder adrenaline presteer je immers niet. Het is daarom van belang een balans te vinden in spanning en ontspannen.' En stress om te buigen naar spanning middels mentale voorbereiding en ontspanningsoefeningen.


Geestelijke ontspanning:
Naast alle spanning moet je ook ontspanning zoeken. Hoe vind je die in de dagen voor de wedstrijd. Helpt een bezoek aan vrienden, een biertje drinken in een bar of juist winkelen en naar de bioscoop. Dat is heel subjectief. 'Wat voor de een ontspannend is, kan voor de ander stress opleveren. Er zijn mensen die de hele dag autorijden voor hun ontspanning, terwijl een ander liever gaat vissen. Om erachter te komen wat voor jou ontspannend is, moet je uitvinden uit welke situaties jij energie overhoudt. Bewust de tijd nemen om na te denken aan wat voor jou ontspannend is. Probeer het uit in de maanden en weken voor de wedstrijd. Het behoort ook tot de training. Dit vergt tijd voordat je weet wat voor jou ontspannend is en hoe je dat moet aanpakken.
Balans in spanning en ontspanning
Een zekere mate van spanning is goed. Het lichaam bereidt zich voor op inspanning. Op de wedstrijd. De verschijnselen als:
• geen eetlust
• vaker naar het toilet
• kriebels
• een snelle hartslag
• kip zonder kopsyndroom: disfunctioneel gedrag als 'waar is dit', 'waar is dat', 'heb ik me al gemeld', 'waar is mijn tas.'
zijn enkele voorbeelden van hoe spanning zich kan uiten. Schrik hier niet van. Je krijgt een zekere alertheid. Daarom is het af te raden naar een totale ontspanning te zoeken. Herkenning van deze symptomen helpt bij het omgaan met de spanning. Alert zijn is nodig bij een wedstrijd. Bij boogschieten of biljarten is dat anders. Deze sporten vragen om uiterste concentratie en ontspanning. Totale ontspanning werkt verslappend voor het spelen van een wedstrijd De spieren en de geest bereiden het lichaam niet meer voor op actie en de hartslag vertraagt. Er moet een combinatie worden gevonden tussen de spanning, ontspanning en inspanning. Dit vergt training.


Ontspanningsoefeningen:
Ga gemakkelijk zitten of liggen. Sluit je ogen en begin met het ontspannen van je tenen. Daarna volgen de voeten, de onderbenen, voor en achterkant, de bovenbenen. Als je hiermee klaar bent, denk dan dat je benen van top tot teen ontspannen zijn. Zie de lichaamsdelen waaraan je denkt in gedachte voor je. Doe dit zelfde met de billen, buik, borst, rug, schouders, handen, vingers, onderarmen, bovenarmen, je hele gezicht. Lichaamsdeel voor lichaamsdeel. Werk langzaam naar boven toe. Ontspannen op deze manier is een leerproces. Het vergt oefening en tijd.


Tips tijdens het ontspannen
Iedereen reageert weer anders op ontspanning. Daarom geef ik enkele tips dat het ontspannen kan vergemakkelijken. Zoals bij de oefening waarbij je lichaamsdeel voor lichaamsdeel ontspant.
Tip 1: span eerst aan en ontspan daarna. Zo voel je goed het verschil. Maak bij voorbeeld een vuist en laat los. Herhaal dat een aantal maal.
Tip 2: Je benen voelen warm aan, alle bloedvaten vullen zich. Zie dit voor je in gedachte.
Tip 3: Je benen voelen zwaar aan. Ze worden steeds zwaarder naarmate je dieper ontspant.'

Mentale voorbereiding op een wedstrijd:
Op de dag van de wedstrijd.
• Doe een langzame rustige warming up.
• Ga niet als een gek sprinten en springen
• Neem de tijd om lang en rustig te rekken.
• Denk aan voorgaande wedstrijden die een positieve uitwerking hadden. Bedenk hoe je je toen voelde.

Leer om te gaan met stress:
• Let op de ademhaling. Haal lang, rustig en diep adem. Concentreer je op lang en diep uitblazen.
• Ga zitten of liggen en zeg tegen jezelf dat je rustig bent.
• Orden je gedachten.
• Start rustig. Bij een teveel aan adrenaline wil je nog wel eens te snel van start gaan met als gevolg dat je spoedig instort. xxx



HARTSLAG / HARTSLAGMETERS


Hartslagmeter:
Een beginnend sporter zal zich misschien afvragen, wat het voor nut heeft, om met een hartslagmeter te trainen. Vaak wordt er gezegd "een hartslagmeter is er toch alleen voor toplopers".
Maar een hartslagmeter is echter veel meer dan een ondersteuning bij sport. Het trainen met een hartslagmeter kan bij een beginnend hardloper de training ondersteunen. Het is een onafhankelijke parameter. Hij kan overbelasting helpen voorkomen en kan een motiverend hulpmiddel zijn. Tegenwoordig zijn de hartslagmeters ook betaalbaar geworden.
Voor ongeveer 25 € zijn er al prima meters op de markt. Om goed met een hartslagmeter te trainen, zijn er enkele makkelijke regels voorhanden. Dit zijn wel gemiddelde waarden, dus zie ze als leidraad en niet als strak keurslijf om mee te werken. Eerst gaan we de maximale hartslag bepalen. Maximale hartslag= 220 - leeftijd.
In een beginnerprogramma gaan we uit van een belasting van 70% van de maximale hartslag. Dit is een tempo, waarbij tijdens het hardlopen nog enigszins gesproken kan worden. Dit geeft dus in een rekenvoorbeeld van iemand van 40 jaar: 220 - 40 = 180 x 70 % = 126 hartslagen per minuut.
In het begin zal het moeilijk zijn om deze vrij lage hartslag te halen. Het is dan ook niet zo erg om er iets boven te zitten. Veel mensen die met een hartslagmeter gaan trainen, zijn verbaast met wat voor lage hartslag ze moeten trainen. Het blijkt in de praktijk, dat als je wat rustiger gaat trainen, dat het op den lange duur veel beter vol te houden is. De meeste mensen zijn toch fanatiek en hebben snel de neiging te denken dat ze niet hard genoeg trainen (dit geldt zeker ook bij mensen met depressieve klachten, dit ondervindt ik dagelijks in de praktijk). Zeker als je met iemand samen hardloopt, is het moeilijk om je eigen tempo te bepalen. Doordat veel mensen niet achter willen blijven, of zich niet willen laten kennen, ontstaan vaak blessures of de training is zo zwaar dat je het op den duur niet meer op kunt brengen om te gaan hardlopen.

De hartslagmeter is een onafhankelijk meetapparaat, zodat als je ziek bent geweest of niet fit bent, je op de meter vaak kunt zien dat de hartslag abnormaal hoog is. Als je dit constateert, pas dan je schema aan of ga alleen wandelen. Probeer de hartslagmeter zo te gebruiken dat je hem op den duur niet meer nodig hebt, maar dat jezelf al precies aanvoelt wat voor tempo je loopt en of je wel of niet fit genoeg bent om hard te lopen.
Veel mensen met psychische klachten hebben moeite om met hun lichaam de juiste affiniteit te hebben. De hartslagmeter kan hier met sporten een goed hulpmiddel bij zijn. Het is dan ook gelijk een trainingsvorm om de geest en het lichaam weer op één lijn te krijgen.

Trainen op basis van hartslag:
Hartslagmeters komen steeds meer voor in de sportwereld. Maar, ook buiten de sportwereld lijkt het erop dat deze toestellen de markt veroveren. De fabrikanten slagen er immers steeds beter in om van de hartslagmeter een modieus horloge te maken dat niet enkel tijdens het sporten gedragen hoeft te worden. In dit dossier staan we even stil bij de werking en het nut training op basis van hartslag.
De hartslag is een zeer bruikbaar gegeven om de intensiteit van de inspanning in te schatten voor sporten waarbij grote spiergroepen op een ritmische wijze en gedurende langere tijd aan het werk zijn. Voorbeelden hiervan zijn lopen, voetballen, tennissen, fietsen, aerobics enz.
In deze sporttakken stijgt de hartslag evenredig met de intensiteit van de inspanning. De reden daarvoor is zeer eenvoudig. Met toenemende intensiteit gebruikt het lichaam meer energie en automatisch ook meer zuurstof.
De hartspier is in feite niets anders dan de pomp die de zuurstof (opgelost in het bloed) in het lichaam rondstuurt. Hoe sneller het hart slaat, hoe meer zuurstof de spieren aangeboden krijgen. De hartslag bepaalt dus mee de zuurstofopname. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de relatie tussen de hartfrequentie (het aantal keer dat het hart per minuut samentrekt) en de zuurstofopname tot op een bepaalde intensiteit rechtlijnig is (formule van Fick). Dit gegeven is zeer belangrijk omdat men daarmee sporters goede richtlijnen kan bieden over hoe zij moeten trainen.
VO2 = HF x SV x Delta(a-v)O2
Bijschrift : De Formule van Fick geeft aan dat de zuurstofopname berekend wordt door de hartslag (HF), het slagvolume (aantal ml bloed dat per slag uit het hart stroomt, SV) en het verschil in zuurstofconcentratie tussen arterieel en veneus bloed met elkaar te vermenigvuldigen.
Daaruit volgt dat als de zuurstofopname stijgt, ook de hartfrequentie moet stijgen. Vermits het slagvolume en het verschil in zuurstofconcentratie bij submaximale inspanning weinig veranderen, stijgen de hartslag en de zuurstofopname evenredig bij zwaarder wordende inspanning.


Andere parameters:
In plaats van de hartslag te meten, kan men even goed de zwaarte van de inspanning uitdrukken in een absoluut getal zoals bvb. de snelheid . Absolute intensiteiten kunnen in de praktijk echter sterk variëren. Denken we maar aan situaties waar men met de wind mee of tegen de wind in traint. Wind in de rug leidt dan tot een veel hogere snelheid (vooral bij het wielrennen). Maar, ook de ondergrond, de heuvelachtigheid van het parcours, enz beïnvloeden uiteindelijk de werkelijke intensiteit waaraan men traint.
Wanneer men bijgevolg de intensiteit waaraan traint uitdrukt in een "vaste", niet veranderlijke parameter (bvb de snelheid) dan traint men vaak verkeerd. Een lichte training kan dan afhankelijk van de omstandigheden de ene dag een recuperatietraining worden, en de andere dag een zware training.
Op basis daarvan besluiten trainingsdeskundigen dat het beter is om een persoonlijke intensiteitmeter te hebben die zich automatisch aanpast aan de omstandigheden waarin men traint. De hartfrequentie kan op zulke momenten een goede indicator zijn voor de werkelijke belasting.
Als men bergop loopt aan een bepaalde hartslag, is men daarom niet minder intensief bezig dan als men op vlakke weg goed doorloopt, maar de snelheid zal wel een heel stuk lager liggen. Loopt men tegen de wind in, dan zal de snelheid dalen, maar de werkelijke intensiteit (zuurstofverbruik) blijft gelijk of neemt zelfs toe. Hoe hoger de hartfrequentie tijdens inspanning oploopt, hoe hoger de werkelijke belasting in realiteit is.


Niet altijd geschikt:
De hartfrequentie bekomen tijdens een kortdurende inspanning is echter niet of veel minder bruikbaar als intensiteitmeter. Onder korte inspanning verstaan we : krachttraining, snelheidstraining of weerstandstraining (zeer belastende, maar korte training).
Het probleem bij dit type inspanningen is dat er geen eenduidig verband bestaat tussen de verrichte arbeid en het zuurstofverbruik. Het lichaam doet voor dit type inspanningen beroep op brandstoffen die overwegend zonder gebruik van zuurstof energie kunnen leveren (indien voldoende rust tussen elke inspanning gerespecteerd wordt). Daardoor vervalt in dit geval de lineaire relatie tussen zuurstofopname en hartslag.
De absolute intensiteit daarentegen is wel de meest objectieve manier om de prestaties van sporters onderling te vergelijken. Maar, op training moet men de individuele grenzen respecteren en wat goed is voor één persoon, is slecht voor de andere. Anders gezegd, een rustige bosloop aan het begin van het seizoen kan voor de niet getrainde sporter een zeer zware training worden daar waar dit voor de goed getrainde een recuperatieduurloop is. De effecten van zulke training zijn dan ook compleet verschillend voor beide sporters en kunnen op lange termijn leiden tot over- en ondertraining.
In ploegsporten komt het er voor een trainer dus op aan om voor iedere speler zijn optimale trainingsintensiteiten te kennen.


Wanneer is een HFmeter nuttig?
Weer- en terreinomstandigheden bepalen hoe zwaar een training wordt. Een rustige bosloop aan een tempo van 10 km/u op een slijkerige ondergrond kan voor de ongetrainde ontaarden in een regelrechte weerstandstraining. Weerstandstraining gaat gepaard met sterk verzuurde spieren en heeft een nefast effect op de uithouding. Nochtans wordt een bosloop verondersteld de uithouding te verbeteren. Indien men in dit geval de hartslag als maat voor de intensiteit van de inspanning gebruikt, dan kunnen getrainde en ongetrainde aan de hand van hun hartslag bepalen hoe snel zij moeten lopen om bvb. in uithouding te blijven.
Naast de absolute intensiteit en hartslag kan men ook ‘op gevoel' trainen. Vóór de intrede van de hartslagmeter werd er trouwens weinig anders gedaan. Er kunnen hierbij evenwel problemen optreden. Alhoewel de ervaren sporter denkt zijn lichaam goed te kennen, wordt de intensiteit van de training vaak verkeerd ingeschat. Trainingen die puur in uithouding moeten gebeuren, worden maar al te vaak trainingen waarbij verzuring van de spieren en een hoge hartfrequentie optreedt zonder dat men dat werkelijk onmiddellijk voelt. Omgekeerd traint men soms niet intensief genoeg om het beoogde trainingseffect te bekomen. In beide gevallen kan het gebruik van de hartslagmeter tijdens training de nodige informatie verschaffen.
In het geval van de niet ervaren sporter is de hartslagmeter het instrument bij uitstek om niet elke training te laten uitgroeien tot een wedstrijd. Beginnende sporters trainen met name meestal veel te intensief waardoor het risico op blessures sterk toeneemt en het plezier tijdens de activiteit afneemt.


Hoe meet men de hartslag tijdens inspanning?
De hartslag kan manueel of via een hartslagmeter gemeten worden. Bij de manuele methode legt men wijs- en middenvinger in de halsstreek totdat men de halsslagader (a. carotis) voelt. Bij elke hartslag voelt men de drukgolf doorheen de slagader. Wanneer men gedurende 10 seconden het aantal pulsaties (slagen) telt en vervolgens deze waarde vermenigvuldigt met 6, bekomt men de hartfrequentie (sl/min).Voor het meten van de hartslag in rust volstaat de manuele methode ruimschoots. Tijdens inspanning is deze methode echter niet meer bruikbaar. Het meten van een hartslag die boven de 160 slagen per minuut uitstijgt is sterk onderhevig aan foute tellingen, afgezien van het feit dat men tijdens het lopen moeilijk de hartslag kan tellen.
De hartslagmeters zijn op hun beurt op te delen in verschillende categorieën. Men kent de hartslagmeters met een borstband en de hartslagmeters waarbij de bloeddoorstroming aan de vinger of aan de oorlel gemeten wordt. Uit de praktijk blijkt dat hartslagmeters met een borstband de beste resultaten geven en het handigst in gebruik zijn om de hartslag tijdens inspanning te meten.
De borstband capteert de elektrische activiteit van het hart en zendt een signaal door naar het polshorloge. De polshorloge berekent de gemiddelde hartfrequentie over een bepaalde tijd (5 tot 60 sec). Omdat de borstband (zender) rechtstreeks de prikkeling van het hart meet, net zoals een elektrocardiogram (ECG), zegt men dat dit soort hartslagmeters EKG-accuraat is. De nieuwste horloges hebben zelfs de mogelijkheid om beat-to-beat de hartfrequentie weer te geven en zijn daarmee de meeste nauwkeurige hartslagmeters.


Hartfrequentie na de inspanning:
Wanneer men stopt met de inspanning daalt de hartfrequentie in functie van o.a. het gevolgde type van recuperatie (actief werken aan een bepaalde intensiteit of passief rusten), de mate van getraindheid, enz. Afhankelijk van het type training, moet men een langere of kortere recuperatieperiode voorzien. Algemeen mag men stellen dat hoe intensiever de training is, hoe langer de cooling-down of recuperatie onmiddellijk na de training moet duren.
De duur van de recuperatie bij training kan men immers niet rechtstreeks afleiden uit het bereiken van een bepaalde hartfrequentie, maar wordt eerder op spiergevoel bepaald. Het is niet omdat de hartfrequentie daalt, dat men mag denken dat het lichaam zich volledig herstelt. Een lage hartfrequentie tijdens actieve recuperatie wijst wel op een goed, maar daarom nog geen volledig herstel. Tijdens inspanning komen verschillende stoffen vrij in het lichaam die tijdens de recuperatiefase verwerkt moeten worden (bv. melkzuur). Het vooropstellen van één bepaalde vaste hartfrequentiewaarde (bvb. HF<120) heeft vanuit een fysiologisch standpunt geen enkele zin. Men kan enkel het patroon van de hartfrequentiedaling voor eenzelfde type training bij dezelfde persoon vergelijken en in functie daarvan uitspraken doen. Stel bv. dat de hartslag na 3 weken trainen, sneller een bepaalde waarde bereik, dan mag men aannemen dat dit gebeurt als gevolg van een betere trainingstoestand. Een voorwaarde om tot deze uitspraak te komen is wel het respecteren van steeds dezelfde cooling-down.


Nadelen van trainen op hartfrequentie:
Jammer genoeg biedt de hartfrequentiemeting niet enkel voordelen maar zijn er ook een aantal nadelen aan deze meting verbonden. Deze nadelen kunnen in bepaalde omstandigheden zelfs zo groot worden dat het beter is om toch op een rechtstreekse intensiteitindicator (tijd, snelheid) of gevoel te trainen dan op hartfrequentie.
Nochtans zijn deze nadelen veelal te omzeilen door regelmatig de hartfrequentie als maatstaf op training te gebruiken. Daardoor leert men de reacties van zijn lichaam beter kennen en kan men ingrijpen wanneer dit nodig blijkt.
Het grootste nadeel aan het gebruik van de hartfrequentie is de mogelijke variabiliteit ervan. Onder invloed van de hieronder opgesomde factoren kan de hartfrequentie de ene dag veel lager (10 slagen is geen uitzondering) of hoger liggen dan op andere "normale" dagen. Het ligt aan de sporter zelf om deze variabiliteit te onderkennen en adequaat te interpreteren.


Storende factoren:
De hartfrequentie kent schommelingen die beïnvloed worden door bioritme, temperatuur (omgeving en lichaam), vochtigheid, trainingstoestand (normaal - overtraind), hoogte (hypoxie), voedingstoestand (vochtverlies - glycogeendepletie), ziekte (koorts), medicatie, type sport, stress, enz.
Bioritme:
De hartfrequentie ligt‘s ochtends lager dan‘s avonds. Daarnaast hebben vele sporters het iets moeilijker om in de voormiddag hogere hartfrequentie te halen dan later op de dag. Door steeds op hetzelfde tijdstip van de dag te trainen kan dit omzeild worden.
Temperatuur:
In een hoge omgevingstemperatuur ligt de hartfrequentie gevoelig hoger dan in een koude omgevingstemperatuur. De huid moet immers beter doorbloed worden om warmte af te staan waardoor de spieren minder bloed krijgen. Als de zuurstofbehoefte van de spieren (de intensiteit van de inspanning) gelijk blijft, moet het hart sneller slaan om daaraan te voldoen.
Tijdens een lange (intensieve) training stijgt de hartfrequentie met de duur. Dit heet het cardiovasculaire driftfenomeen en wordt veroorzaakt door een stijging in lichaamstemperatuur. Het is er de oorzaak van dat de snelheid na verloop van tijd lichtjes moet dalen om een vooropgestelde bovengrens van de hartslag niet te overschrijden.
Vochtigheid
Bij een hoge vochtigheidsgraad van de lucht geeft het lichaam moeilijker warmte af aan de omgevingslucht en wordt het hart-bloedvatensysteem zwaarder belast, met als gevolg hogere hartfrequentiewaarden.
Trainingstoestand:
Beginnende sporters halen bij een geringe inspanning reeds een hoge hartfrequentie. Dit komt hoofdzakelijk door een gering zuurstofopnemend vermogen. De ongetrainde hartspier pompt per contractie (= slagvolume) minder bloed uit dan een getrainde hartspier.
Beide factoren samen zorgen voor een hoge rusthartfrequentie en een verhoogde hartfrequentie tijdens submaximale inspanningen. Naarmate de getraindheid toeneemt, zal de rusthartfrequentie en de hartfrequentie tijdens (submaximale) inspanning naar een minimum dalen. Een eerste teken van een betere trainingstoestand is de daling van de hartslag tijdens training. Anderzijds kan oververmoeidheid en/of overtraining aanleiding zijn voor een verhoogde rustpols.
Hoogte:
Op hoogte (vanaf 1500 m .) daalt de beschikbare hoeveelheid zuurstof die opgenomen kan worden. Het hart dient het bloed sneller in het lichaam te laten circuleren om de spieren voldoende zuurstof aan te bieden. De arbeid verricht op zeeniveau of op hoogte blijft immers even zwaar. Gevolg daarvan is een verhoogde hartfrequentie tijdens de inspanning.
Atleten die een verminderd zuurstoftransport vermogen hebben door afwijkingen in hun bloedbeeld (bvb. anemie) verkeren in eenzelfde situatie.
Voedingstoestand:
Bij uitgeputte glycogeenvoorraad stijgt de hartfrequentie significant t.o.v. een normale toestand. Ook bij dehydratie (> 2% lichaamsgewicht) stijgt de hartfrequentie. Voldoende drinken tijdens een training is uitermate belangrijk. Een stijgende hartfrequentie tijdens langdurige rustige training kan dus wijzen op tekort aan vocht. Drinken is dan de boodschap.
Ziekte:
Onder invloed van ziekte zal de hartfrequentie meestal stijgen. Naast een lichamelijk onwel voelen zal de rusthartfrequentie met 5 tot 10 slagen gestegen zijn. Is de ochtendpols gedurende 2 of meer dagen verhoogd, dan traint u zelfs beter helemaal niet of last u slechts recuperatietrainingen in. In dat geval is het zelfs raadzaam om uw arts te raadplegen.
Per graad Celsius stijging boven de normale lichaamstemperatuur, stijgt de rusthartfrequentie met ongeveer 8 slagen per minuut.
Medicatie:
Tal van medicaties oefenen een invloed uit op de hartfrequentie. Indien u medicatie neemt op voorschrift, informeert u best bij uw arts of u hier rekening moet mee houden. Vooral voor hartpatiënten kan dit uitermate belangrijk zijn (bètablokkers onderdrukken de hartslag zeer sterk).
Stress
Onder invloed van spanning (wedstrijd) of stress stijgt de hartfrequentie aanzienlijk. Iedereen die reeds een inspanningstest afgelegd heeft, weet dat men nagenoeg nooit zijn werkelijke rusthartfrequentie kan bereiken bij de aanvang van zo'n test. Bij submaximale inspanningen kan dit effect voor een deel de hartfrequentie doen stijgen. Dit is echter zeer persoonsgebonden !
Waar vind ik een HF-meter?
Voor de aanschaf van een hartslagmeter kan u terecht bij fietsspeciaalzaken, gespecialiseerde loopschoenenwinkels, grote ketens van sportwinkels of in uitzonderlijke gevallen zelfs de horlogemaker. Ook via Internet kan men toestellen aankopen of tenminste meer informatie opzoeken. Er bestaan verschillende merken (Polar, Cardiosport, Sensor Dynamics, Vetta enz.) die sterk verschillende prijzen hanteren. Aan u om uit te maken welke functies u allemaal nodig heeft, maar reken op een minimum investering van ± 40 €.



WARMING UP - STRETCHING


Waarom?
De meningen zijn nogal verdeeld.
Sommige trainers vinden stretchen totaal uit den boze, vooral, voor de groei van de jonge spelers. Anderen zien totaal geen nut in het lopen van rondjes of warming up. Nochtans is het zo, dat de groei voornamelijk gebeurt in de bot en beenderen.(12-16 jaar) De spieren daarentegen, passen zich ook aan deze groei aan, door middel van lengte, breedte en ook volume. Een ongeoefend lichaam (lees spieren) zal al heel veel moeite hebben om die groei te volgen. Om ondertussen ook de sport te beoefenen, zullen we de spieren soepel moeten houden.
De manier waarop gewerkt wordt om die spieren soepel te houden, zet heel wat meningsverschillen in het discussieforum.
Komt daarboven op, dat er ook groei is bij F- en E-jeugd. En laat ons eerlijk wezen, het zijn die categorieën, waarbij de minst getalenteerde trainers aan de slag zijn. Indien er een groei voordoet bij een speler, wordt dat nauwelijks opgemerkt, of rijkelijk laat. (die is veel te traag, die kan niet meer lopen, die beweegt niet meer, enz....)
Probeer zulke gevallen, individueel te begeleiden, de oefeningen af te stemmen op de reële persoonlijk weerstand, korte intense oefeningen hebben hier geen uitwerking. Laat de natuur zijn werk doen.

Wanneer, wie, en hoe?


Training:
F-jeugd-recreatie : lopen: als start 1 rondje ( 350 meter ) op gezapig tempo ---stretchen : geen
F-jeugd : lopen: als start 1 rondje ( 350 meter ) op gezapig tempo --- stretchen : 1 x 10 minuten per maand om de oefeningen aan te leren . Uitzonderlijk toepassen in de training: enkel voor de oudste F- jeugd en enkel indien het terrein zwaar ligt en er zeer intens geoefend werd.
E-jeugd : lopen : als start 1 rondje ( 350 meter ) op gezapig tempo --- stretchen : Uitzonderlijk : enkel indien het terrein zwaar ligt en er intens geoefend werd --- Cooling-down : na de training, met nadruk op aanleren van de oefeningen (zonder perfectie en met weinig weerstand)

Wedstrijd:
F- en E jeugd : warming-up: 1 minuut lopen op gezapig tempo : 2 minuten met oefeningen (rond de as - bukken - door de knieën – zijwaarts - op de tippen – achterwaarts - sprint) --- Geen stretching of cooling-down

Uitleg:
Het gezapig lopen voor de training en wedstrijd, dient om de spieren op te warmen. Het lopen gebeurt in groep en er is nog tijd voor een laatste praatje alvorens de training/wedstrijd start. De warming up dient om in optimale en soepele omstandigheden een wedstrijd aan te vangen. De warming up wordt steeds gevolgd door de baltechnieken (Coerver)
Stretchen wordt enkel aanbevolen, ter kennismaking en aanleren van de oefeningen. Stretchoefeningen zitten verweven in de cooling-down, deze wordt geleid door een van de spelers, en wordt afgewerkt in groep, zonder perfectie, maar als belevenis en communicatie van de groep. Een cooling-down na de wedstrijd wordt meestal niet gegeven, vermits de spelers, nadien toch nog in beweging zijn en een balletje trappen. (enkel voor avondmatchen)
Spelers zullen uit zichzelf, nooit een pijnweerstand doorbreken, tenzij de trainer daarom vraagt. Een trainer bij F-en E jeugd moet dus bij stretchen en cooling-down, een behoorlijke kennis bezitten : fysiologie - weerstand - intensiteit - terreinomstandigheden - duurschatting - individuele controle.
Hou er rekening mee, dat een goede warming-up, geen garantie bied voor een succesvolle afloop van een wedstrijd. Er bestaan tal van andere oefeningen die bijna een gelijkwaardige rendement hebben, bvb tikspelletje, haasje-over, eentjesloop, enz.
en ....................spelers zijn altijd verliefd op de bal, oefeningen zonder bal behoeven steeds een uitleg, vooral de relevantie van het nuttige.



SPIEREN en SPIERLETSELS


De meeste voetballers kennen het fenomeen van pijnlijke benen na een wedstrijd of zware training. Spierpijn treedt op in volgende situaties : trainen na een lange pauze : trainen op ongewone bewegingen : zeer zware belasting op getrainde spieren.
Directe of acute spierpijn: treedt op onmiddellijk na het einde van de inspanning. (spierkater)Deze pijn is afkomstig van het opgestapelde melkzuur en van de spanning dat het weefselvocht met zich meebrengt. Deze pijn verdwijnt binnen een paar uur, maar is meestal gevolg van een spierletsel.
Uitgestelde spierpijn: treedt op 8 tot 24 uur na de inspanning en kan verscheidene dagen aanhouden. Het uitgestelde karakter van de pijn is zelfs helemaal een raadsel. De vergelijking met het opgestapelde melkzuur snijdt geen hout, vermits de lactose binnen het uur uit de spieren afgevoerd wordt. De mogelijke hypothesen zijn : ophoping van zure stofwisselingsproducten : uitputting van de energievoorraden : beschadiging van het spierweefsel: spiersamentrekking zonder lengteverandering.
Bij een duurprestatie zal de stofwisselingsstoornis de oorzaak zijn, bij volgehouden krachtsuitoefening zal een mechanische spierbeschadiging voor de hand liggen.
Preventie:
- belastingopvoering van 10% per week
- rustdag inlassen
- de eerste dagen souplesse oefeningen inpassen
- loslopen - stretchen - cooling down
- ijsmassage meermaals per dag, gedurende 10 minuten
- GEEN diepe massage gedurende de eerste dagen

SPIERLETSELS
Spierkater: zie acute spierpijn. (Behandeling: rust, stretchen)(Genezing:48-72 uren)
Spierkramp: zijn onwillekeurige spiercontracties, beperkt tot een spier of een gedeelte ervan. Meestal te wijten aan zuurstofgebrek, dehydratatie en vermoeidheid. Activiteit stop zetten en spier uitrekken.(Behandeling: zacht uitrekken)(Genezing: onmiddellijk)
Contractuur: een klein aantal spiervezels die in kramptoestand komen te staan. Een minimaal contact (spier is hard en opgespannen) met intrinsiek letsel tot gevolg, de mobilisatie van de spier is pijnlijk.(Behandeling: massage, warmte/ijs, stretching, magnesiumgluconaat) (genezing: enkele uren tot 2 dagen)
Spierverrekking: is intrinsiek, dus niet veroorzaakt door uitwendig contact, maar wanneer de rekbaarheidgrens van de weefsels worden overschreden. (hevige trap op doel --- plotselinge verandering van richting --- beweging tegen weerstand). De spier kan een scheurtje vertonen. (Behandeling: rust, ijs, stretching, vroegtijdige mobilisatie, fysiotherapie, lokale injecties) (Genezing: 8 tot 10 dagen)
Spierscheur: scheuring van meerdere spierbundels en aantasting van het bindweefsel. Meestal te wijten aan een overdreven belasting, of een normale belasting op een vermoeide spier. (Behandeling: rust, ijs daarna fysiotherapie, punctie, mobilisatie) (Genezing: 4 tot 10 weken)
Spierruptuur: gevolg van een trap op een hard aangespannen spier, waarbij er holte ontstaat met opgehoopt vocht en bloed. De omvang van de spier neemt lokaal toe (zwelling). (Behandeling: compressief verband, surelevatie, reëducatie en echografie) (Genezing: 6 tot 12 weken)
Spierkneuzing: Een spier die getroffen door uitwendig contact met als gevolg een onderhuidse bloeding. De bloeduitstorting bevindt zich buiten de spiervezels, maar kan aanzetten tot een ontsteking. De hematoom (blauwe plek) kan zichzelf opslorpen maar ook inkapselen. Wanneer het weefsel daarbij ook wordt geraakt of geplet (het bekende kniestootje) is volledige rust de oplossing, en zijn massage en warmte volledig uit den boze. (Behandeling: ijs, compressie, rust) (Genezing: 6 weken)



VOEDING - GEWICHTSPROBLEMEN


De vaststelling:
Er kan een groot verschil bestaan in lichaamsgewicht tussen mensen die even groot zijn, zelfs als de hoeveelheid vet normaal is. Een goed getraind persoon weegt meer dan een ongetraind persoon van dezelfde leeftijd, geslacht en lengte en is dus door zijn groter spiervolume "zwaar". Een duidelijk teveel aan vet is een teken van overgewicht, maar overgewicht hoeft niet het gevolg te zijn van vetzucht.
Vetzucht kan twee verschillende oorzaken hebben : er zijn te veel vetcellen of de vetcellen zijn te groot. Het aantal vetcellen wordt bepaald in de kinderjaren. Erfelijke factoren spelen hierbij een rol; de belangrijkste oorzaak is teveel eten, gecombineerd met te weinig lichaamsbeweging. De verantwoordelijkheid van de ouders is dus groot, aangezien te veel eten in de kinderjaren voor de rest van het leven problemen geeft. Het voedsel dat het lichaam binnenkomt, kan verbruikt worden via de stofwisseling of opgeslagen worden in de vetcellen. Deze hebben de eigenschap zo veel mogelijk voedingsstoffen op te nemen en dat heeft een negatieve invloed op de lichamelijke activiteit. Vetzucht heeft dus te maken met een verstoring van de balans tussen aangevoerde energie (voedsel) en verbruikte energie.
Gewoonten die tijdens de kinderjaren ontstaan, zijn voor de rest van het leven belangrijk. Mensen die van kindsbeen af gewend zijn weinig te eten en veel aan lichaamsbeweging te doen, doen dat als volwassene ook.

Behandeling:
Er zijn drie grondbeginselen bij de behandeling van vetzucht.
Men kan
de hoeveelheid voedsel die men binnen krijgt, verminderen,
het voedsel beter verdelen over de dag
en meer lichaamsbeweging nemen, dus meer energie verbruiken.
Men kan het aantal binnenkomende calorieën verkleinen door de samenstelling van het voedsel te veranderen.(zonder weliswaar afbreuk te doen aan het aantal en hoeveelheid vitaminen en mineralen) Ons voedsel bestaat uit drie componenten: vet, eiwitten (proteïnen) en koolhydraten.
Per gewichtseenheid bevat vet twee keer zoveel calorieën als eiwit en koolhydraten. Verzadigde en meervoudige onverzadigde vetten bevatten dezelfde hoeveelheid calorieën. Als men het aantal calorieën van het voedsel wil verminderen, is het belangrijk dat men de vetconsumptie vermindert.
Koolhydraten kunnen worden onderverdeeld in drie typen: type1(glucose) bvb. gewone suiker, druivensuiker, dat snel wordt geabsorbeerd door de darm en direct wordt omgezet tijdens de stofwisselingsprocessen, type2 (koolhydraten) bvb. groenten, dat langzaam wordt afgebroken in het maagdarmkanaal, en type3 (cellulose) vruchten, volkorenbrood, zemelen, waarvan maar een klein gedeelte als voedingstof wordt gebruikt en de stoelgang bevordert.

Koolhydraten:
De koolhydraten in ons voedsel bestaan vooral uit gewone suiker, zetmeel, melksuiker, druivensuiker, vruchtensuiker en cellulose. De totale hoeveelheid koolhydraten in ons lichaam,(die bevinden zich vooral in de spieren en de lever) kan tot 500 gr. bedragen; dat komt overeen met een hoeveelheid energie van ca. 2000 kcal. De koolhydratenvoorraad is dus beperkt. Bij grote lichamelijke inspanning,(meer dan 75% VO2max) is de voorraad na 60 min. verbruikt. Als het glycogeen (verwerkte koolhydraten) in de spieren opgeraakt, wordt het lichaam gedwongen de vetvoorraad aan te spreken, waardoor het zuurstofverbruik groter wordt. Men kan dan niet hetzelfde hoge tempo volhouden als daarvoor.
Als het lichaam een overmaat aan koolhydraten binnenkrijgt, worden deze in de vorm van vet opgeslagen. De klassieke methode om de hoeveelheid vet in het lichaam te verminderen, is de koolhydratentoevoer te verminderen.


Vetten:
De biologisch gezien belangrijkste vetten (lipiden) komen in het vetweefsel voor een deel voor als neutrale vetten en voor een deel als triglyceriden, fosfolipiden en cholesterol. Alle vetten zijn opgebouwd uit vetzuren. Een van deze vetzuren is essentieel voor het lichaam, nl. linolzuur. Deze stof kan het lichaam niet zelf vormen; op den duur kan men dus niet zonder vet. Bovendien zijn er vetoplosbare vitaminen (A,D, E, K) die het lichaam alleen via vetten kunnen binnen komen. Een belangrijk vet is cholesterol dat voorkomt in dierlijke vetten, maar ook in het lichaam gevormd kan worden. Cholesterol is de grondstof voor bepaalde hormonen en galzuren en is ook een essentiële bouwsteen voor celwanden. Een voeding waarin de verzadigde vetzuren vervangen zijn door meervoudige onverzadigde vetzuren doen het cholesterolgehalte in het bloed dalen en heeft dus op dezelfde manier een beschermend effect als lichaamsbeweging. Meervoudige onverzadigde vetzuren komen vooral voor in groenten en vis, terwijl de verzadigde vetten in melk, boter en vlees zitten.

Goed om te weten:

1. Bij een snelle stijging van het bloedsuikergehalte wordt de pancreas gestimuleerd tot het afscheiden van insuline in het bloed, en dat heeft tot gevolg dat het bloedsuikergehalte weer snel daalt en er een hongergevoel ontstaat. Koolhydraten die snel worden geabsorbeerd moet men dan ook vermijden, want ze maken dat het hongergevoel sneller terug komt en daarmee de kans op dik worden groter. Wil men afvallen, dan moet het voedsel dus bestaan uit koolhydraten die slechts langzaam of voor een groot gedeelte helemaal niet worden opgenomen door de darm. (vezelrijk voedsel)

2. Eiwitten bestaan uit een lange keten van meer dan honderd aminozuren. Een twaalftal hiervan is nodig voor de opbouw van ons lichaam. De eiwitten in ons voedsel worden in het maagdarmkanaal afgebroken tot aminozuren die daarna in het bloed worden opgenomen. Dat is nodig omdat de eiwitten in de weefsels vernieuwd moeten worden, bijvoorbeeld die in het spierweefsel. De dagelijkse behoefte aan eiwitten is niet groter dan ca. 20 g . Onze dagelijkse kost bevat ca 75 gr per dag en sporters krijgen vaak nog meer naar binnen. Een deel van het surplus wordt gebruikt om energie te produceren, de rest wordt opgeslagen en draagt dus bij tot het dik worden.

3. De calorieën die men 's morgen en 's middag verorbert worden voor het grootste gedeelte bij de activiteiten overdag gebruikt. Als men ‘s avonds veel eet, is de kans groot dat veel wordt opgeslagen in de vetcellen. Het is belangrijk dat men de aanvoer van de calorieën zo over de dag verdeelt dat ze voor de energieproductie zo veel mogelijk profijt opleveren.

4. Elke vorm van lichamelijke activiteit doet het energieverbruik toenemen. Naarmate de lichamelijke inspanning groter is, wordt het aantal calorieën dat per tijdseenheid wordt verbrand, groter. Maar als men een bepaalde afstand aflegt, is dat verbruik bij langzaam en snel lopen geheel hetzelfde.

5. Het is van belang dat men vormen van beweging kiest die afwisselend zijn en stimulerend werken, en die men in groepsverband uitvoert. Mensen die te dik zijn, hebben nogal eens moeite met lopen omdat dat te veel vergt van hun bewegingsapparaat en de inspanning te groot is, zelfs als ze niet al te hard lopen. Lichaamsbeweging alleen is geen oplossing als men teveel blijf eten. Als iemand een jaar lang driemaal per week 2 km loopt, verbruikt hij een hoeveelheid calorieën die overeenstemt met een surplus van 5 kg vet. Tegenover iemand die dan nog snoep en gebak consumeert , wordt dat 11 kg vet per jaar.

6. Het is belangrijk dat men niet direct intensief gaat trainen, want dan kunnen hart en bloedvaten niet altijd verwerken, vooral bij mensen op middelbare leeftijd. Bovendien kan beschadiging ontstaan van de gewrichten, als de bewegingstraining niet langzaam wordt opgebouwd.

7. Vasten is de laatste jaren opnieuw in de belangstelling gekomen, vanwege het gunstige effect op diverse ziektebeelden, zoals gewrichtsreuma. Ook op vetzucht heeft het een gunstig effect, omdat de voedselopname tot een minimum wordt beperkt. Wel moet er een basale calorieëntoevoer zijn van 300 kcal per dag in de vorm van vruchten en groentesappen. Elke manier van vasten moet gepaard gaan met een overvloedige toevoer van vocht, 3 tot 4 liter per dag. Als men te lang vast loopt de hoeveelheid vitaminen en eiwitten gevaar.

8. Vitamines zelf verschaffen geen energie, maar ze vervullen een belangrijke rol bij de energielevering. Ze werken als katalysator, ze versnellen de chemische reactie waarbij energie vrijkomt. Vitaminen veranderen zelf niet qua samenstelling. Een tekort aan vitamines kan leiden tot deficiëntie, een afnemend vermogen om energie aan te wenden. In het geval van vitamine-B-tekort kan zelfs algehele malaise optreden. Te veel vitaminen worden niet in het lichaam opgeslagen, ze worden voor het grootste deel via de nieren in de urine uitgescheiden.

9. Mineralen vervullen talloze functies in het lichaam. Ze dragen bij tot een goede waterhuishouding en zijn belangrijk voor het normaal functioneren van de cellen. Naast een aantal chemische functies zijn ze van betekenis voor de prikkelbaarheid van de spieren en zenuwen. Tijdens sportbeoefening dienen verloren gegane mineralen te worden aangevuld. Dat is zeker het geval na groot vocht verlies.

10. Door lichamelijke inspanning wordt een deel van de vrijgemaakte energie omgezet in warmte. Om de constante toevoer van warmte te beperken (om de lichaamstemperatuur niet te laten stijgen) gaat het lichaam transpireren, zweten. Door dit zweet verliezen we mineralen en sporenelementen (magnesium, zink...) Bij buitensporig vocht verlies wordt vocht onttrokken aan de bloedcirculatie, waardoor de hoeveelheid bloedvloeistof afneemt en het hart sneller gaat kloppen, prikkelbaarheid van de spieren neemt af, vermoeidheid neemt snel toe, vermindering coördinatie, stijging van de lichaamstemperatuur, misselijkheid en duizelig, redenen te over om de vochtbalans op peil te houden.

11. Bij normale stofwisseling in het lichaam heeft een man per dag ca 1800 kcal nodig, een vrouw 1400 Kcal, een sportende man 3000 kcal, en bij intense training zelfs 5000 kcal.

Wil je vermageren en/of je lichaamsgewicht op peil te houden, probeer aandacht te schenken aan onderstaande stelregels?

- probeer vast te stellen hoeveel kcal je per dag nodig hebt + de nodige kcal om te sporten.
Bvb. ik verricht bureauwerk/school en ‘s avonds ga ik 10 km lopen aan 10km/uur. 1800 + 800 = 2600 kcal per dag. Probeer daaruit aan de hand van de tabellen (of tabellen vermeld op de voedingverpakking) uit te maken of je niet te veel of te weinig kcal opsoupeert.
-probeer variant te eten, met natuurlijke voorkeur voor groenten en mager vlees (vis)
-probeer suikerrijke dranken, hapjes te vermijden
-probeer uw dagelijkse caloriebehoefte te spreiden over het gehele etmaal
-Hebt U toch overgewicht en U bent gemotiveerd om extra lichaamsbeweging te maken, ga ‘s morgens op de nuchtere maag een 30 min. lopen. Uw lichaam verbruikt eerst de opgeslagen koolhydraten, eerst de suikers, dan het zetmeel. Vermits ‘s morgens de maag nog leeg is moet uw lichaam direct de vetreserves aanspreken om energie aan te wenden. (let op : uw lichaam zal meer inspanning moeten leveren en dit met een zwaardere ademhaling) Ga ‘s avonds een 15 min. lopen. (wacht 60 minuten na het avondmaal)


Creatine:

De jongste jaren is er heel wat aandacht gegaan naar het gebruik van creatine in de sport, vooral met de betrekking tot sprint- en krachtatleten maar ook voor teamsporters. De vraag is of voetballers, die heel wat sprint afwerken, nood hebben aan extra creatinesupplementen.
Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om een product dat op de verboden dopinglijst staat.
De energie om korte, intense sprints uit te voeren, wordt vooral geleverd door creatinefosfaat (CP). De voorraad CP is echter beperkt aanwezig in onze spieren, zodat deze energiebron snel is uitgeput. Gemiddeld twee tot vijf minuten na volledige CP-uitputting is de voorraad weer aangevuld. Bij een volgehouden pressing of onder zware druk kunnen de CP-niveaus echter zo dalen dat er snelheid- en krachtverlies optreedt.
Bij een creatinedosering van 20 g per dag gedurende 4 tot 5 dagen, gevolgd door 2 à 3 g per dag gecombineerd met krachttraining is er een duidelijke toename van spiermassa en krachtwinst.
Vooreerst moet het duidelijk zijn dat het effect van creatine-inname sterk kan verschillen van persoon tot persoon. Personen die initieel al een hoog creatinegehalte in de spier hebben, mogen minder baat van creatinesupplementen verwachten.
Vegetariërs hebben een laag creatinegehalte in de spieren omdat ze via de voeding (VLEES) geen creatine opnemen.
Verder is het zo dat een creatinekuur meestal het lichaamsgewicht zal verhogen ( 2 kg en zelfs meer), via de vochtopstapeling in de spieren. Dit kan voor bepaalde sporten nadelig zijn. Tot slot heeft onderzoek tot nog toe geen belangrijke schadelijke nevenwerkingen genoteerd tot en met een periode van 6 maanden inname. Mogelijke nevenwerkingen bij een langere periode van inname, of hogere dosissen, zijn totaal onbekend.

Spiervezels:

Een skeletspier is samengesteld uit spiervezels. Niet alle spiervezels zijn dezelfde. Op grond van hun contractie-eigenschappen kunnen de spiervezels in twee type ingedeeld worden.
Trage vezels: deze vezels zijn geschikt voor duurinspanningen.
Snelle vezels : deze zijn geschikt voor maximale kortstondige contracties.(samentrekking)
De verhouding snelle of trage vezels is verschillend per spier, zo zijn er spieren die voornamelijk trage vezels bevatten, bv de diepe kuitspier.
Het percentage snelle of trage vezels ligt reeds op zeer jonge leeftijd vast (2 à 3 jaar), en is genetisch bepaald.
Een specifieke training zal er echter op de eerste plaats voor zorgen dat de spiervezels zo goed mogelijk hun eigen capaciteiten zullen ontwikkelen. Zo zal een doorgedreven duurtraining de optimalisatie van de werking van de trage vezels veroorzaken.
Training en stretching zullen slechts in geringe mate een verandering van de spiersamenstelling door voeren. Dus snelheidtraining met het oog op , een omschakeling van trage naar snelle spiervezels is nutteloos.
De kwantiteit van de spiervezels kan echter toenemen in de groeifase van het kind met als fenomeen "‘t is ne lange, valse trage".

Stretching:

- enkele minuten lichte looppas (opwarming)
- eerste sessie rekken tot zekere spanning (geen pijn) gedurende een 10-tal seconden aanhouden
- rekken van de kuitspier, adductoren, dijspier, hamstrings, heuprotatoren.
- hou alleen rekening met je zelf, stretching is geen competitie
- herhaal de sessie nog 4 maal en voer de spanning op de spier lichtjes op
- stretch na de opwarming, tijdens de rust, en na de wedstrijd (of training)


Diafragma:

Alle sporters kennen het verschijnsel, "steken in de dij".
Het vervelende is dat ze vrij onverwachts komen en het sporten beletten.
De juiste oorzaak is niet precies bekend. De meest aannemelijke verklaring is dat de kramp ontstaat omdat de spier bij de overgang van rust naar arbeid plots onvoldoende bloedtoevoer krijgt. Het feit stemt overeen dat goed getrainde sporters er minder last van hebben.
Een tweede mogelijke verklaring is dat men te snel na het eten begint te sporten waarbij de combinatie van een onvolledige vertering en een hevige ademhaling, voor druk in het middenrif zorgt.
Wanneer deze steken opkomen, stop je best met trainen.
Je kan met je vingers zachtjes duwen net onder de ribbenrand, je arm langs de pijnlijke zijde boven je hoofd strekken , terwijl je perst met de lippen op elkaar een zachtjes uitademt.


Melkzuur:

Er zullen door intense belasting van de spieren, spiercellen zijn die beschadigd en lek geraken.
Tijdens de inspanning merkt men van dit laatste niet veel en zal men last krijgen van stofwisselingsproducten zoals melkzuur en creatinekinase. Melkzuur sijpelt uit de spiercel en komt in de bloedbaan terecht met gevolg een spierkater. Bij een snelle verzuring van de spieren bestaat een grotere kans op spierletsels en ontstekingen, een minder coördinatie van het lichaam , wat leidt tot meer technische fouten.


Eiwitten:

Voor voetballers heeft het weinig zin om eiwitsupplementen in te nemen.
Maar heeft de voetballer wel de juiste hoeveelheid van het de juiste eiwit dagelijks achter de kiezen ???

Eiwitten , ook proteïnen genaamd, zijn stikstofverbindingen die opgebouwd zijn uit verschillende aminozuren, de elementaire bouwstenen voor ons lichaam. Sommige eiwitten zijn essentieel, omdat ons lichaam ze niet zelf kan vormen, dus moeten we ze krijgen via de voeding.
De aminozuren uit die eiwitten, zijn de bouwstenen voor onze spiercellen, hormonen en antistoffen, ze verbinden en vervoeren water, en belangrijk, ze herstellen beschadigde weefsels.

Er zijn dierlijke eiwitten, die vindt je in vlees, vis, gevogelte, kaas melk en eieren.
De plantaardige eiwitten vindt je terug in granen, peulvruchten en sojaproducten.
Voor niet actieve personen is 0,9 gram per kg lichaamsgewicht voldoende, voor de voetballer waarbij, kracht, snelheid en uithouding belangrijk is wordt 1,5 gram per kg/lg aanbevolen.
Voor kinderen 4 tot 6 jaar 2,0 gram --- 7 tot 9 jaar 1,8 gram --- 10 tot 12 jaar 1,5 gram

Zeer belangrijk is dat de aanbevolen dagelijkse dosis bestaat uit 35% dierlijke en 65% plantaardige eiwitten, en niet andersom, wat bij de meeste sporters het geval is.
De inname van veel dierlijke eiwitten geeft tot gevolg dat het ongewenst veel vet aanbrengt.
Zelfs een overdadige opname van eiwit kost het lichaam veel energie om dat overtollig eiwit te verbranden.

Referentiewaarden :

dierlijk:
1 ei ( 60 gram ) = 7,0 gram eiwit
0,1 liter melk (halfvolle) = 3,4 gram eiwit
100 gram platte kaas = 7,8 gram eiwit
100 gram vlees vet = 12,0 gram eiwit
100 gram vlees mager = 19,0 gram eiwit
100 gram vis kabeljauw = 10,0 gram eiwit (tonijn = 27)
100 gram yoghurt = 5,0 gram eiwit

plantaardig:
2 sneetjes tarwebrood = 6,0 gram eiwit
100 gram wortelen = 8,0 gram eiwit
100 gram pasta = 13,0 gram eiwit
100 gram erwten = 20,0 gram eiwit
100 gram muesli = 10,0 gram eiwit
100 gram sojabonen = 38,0 gram eiwit


VB :
Een jonge voetballer van 30 kg . = 30 x 2 = 60 gr/dagelijks waarvan 20 gr dierlijk eiwit

ontbijt : 100 gr muesli + 0,1 lier melk
middag : 100 gr mager vlees + 200 gr wortels en erwten + 100 gr aardappelen
avonds : 2 sneetjes brood
tussendoortje : 100 gr yoghurt

De dagelijkse waarde bedraagt meet dan 76 gr , MAAR , vergeet niet dat ieder verkregen gram eiwit uit voedsel, niet altijd bruikbaar is in de vorm van eigen lichaamseiwitten. Men spreekt in dit verband van " biologische waarde". Biologische waardevolle aminozuren in combinatie met andere aminozuren kunnen zeer waardevol worden. Het gaat erom of het lichaam de eiwitten in eigen eiwitten kan omzetten. Zo heeft een ei een biologische waarde van 94%, koemelk 86%.
Het is het aminozuur dat het kleinste aandeel heeft in het eiwit dat limiterend is voor de biologische waarde.


Vitaminen:

Vitamines zijn beschermende stoffen en behoren tot de essentiële voedingsstoffen die uit de voeding moeten worden gehaald. In hun beschermende rol staan zij in voor een goede werking van het organisme en bieden ze weerstand tegen ziekte. Om aan de dagelijkse aanbevolen normen te voldoen, dienen de vitamines te worden ingenomen als bestanddeel van de dagelijkse voedselinname voor zover deze beantwoordt aan de principes van een gevarieerde en gezonde voeding; Een voetballer die zich aan deze evenwichtige voeding houdt en voldoende eet, krijgt dus al de vitamines die hij nodig heeft.

De vitamines kunnen in twee grote groepen worden ingedeeld , de wateroplosbare en de vetoplosbare.

De wateroplosbare vitamines (B-complex en C) verdwijnen dagelijks uit het lichaam en moeten dus ook dagelijks worden aangevuld, van de vetoplosbare daarentegen kan een voorraad aangelegd worden.

Vitamine A en D = dierlijke producten, lever, melk eieren, visolie
Vitamine B-caroteen = wortelen, pepers, spinazie, pompoen, groene kool
Vitamine B-complex = volle graanproducten, noten, vlees, vis, gevogelte, melkproducten, eieren, groenten
Vitamine C = citrusvruchten, tomaten, peterselie, kolen, groene pepers, aardappelen
Vitamine E = plantaardige olie, (olijfolie)
Vitamine K = groene groenten, kolen ,spinazie

Men dient er zich ook bewust van te zijn dat te hoge dosissen van inname niet volledig onschuldig zijn. Overmatige inname kan leiden tot toxische verschijnselen, zo is bekend dat grote dosissen vitamine C kan leiden tot nierstenen.
Het lijkt duidelijk dat voor de atleet die een normaal en gevarieerd voedingspatroon heeft, vitaminesupplementen weinig zin hebben.

Voor kinderen gelden dezelfde aanbevelingen als voor volwassenen. In principe volstaat een gevarieerde voeding, maar gezien onze consumptiemaatschappij moet men wel voortdurend aandacht aan volgende punten blijven geven :

-blijven hameren op groente, fruit, en volkoren producten
-een appel ipv vette chips
-fruitsap ipv cola of limo
-eet een granny of mueslikoek als tussendoortje

EHBO voor VOETBALLERS

Preventie:
Als sporter of sportbegeleider is het belangrijk om een inzicht te hebben in de risicofactoren Een aantal sportblessures kunnen immers worden vermeden als je de oorzaak van het ontstaan kent en deze wegneemt. Niet alle risicofactoren kunnen preventief worden benaderd Een aantal preventiemaatregels kunnen worden gegroepeerd in 5 domeinen
-Sportmedische begeleiding
-Fairplay (sportregels respecteren)
-Training ( intensiteitweerstand)
-Sportuitrusting (gepaste schoenen, beenbeschermers)
-Techniek (een goede techniek is de beste tactiek, hoe beter je een bepaalde techniek onder de knie hebt, hoe veiliger je kan sporten, door verkeerde bewegingen kan je o.a. je spieren overbelasten, je vermijdt er gevaarlijke contacten mee met spelers, het veld, het materiaal, en, veel oefenen is de enige manier om de techniek volledig eigen te maken)

Spierletsels:
Zie Hoofdstuk Spier & Spierletsels

Cryotherapie of koudetherapie:
Deze behandelingsmethode is in de acute fase van de meeste letsels een belangrijke therapie, de eerste hulp voor ongevallen aan de onderhuidse weefsels.


Afkoelingsvorm: Voor- en nadelen

ijszak: gemakkelijk, goedkoop, goede temperatuurdaling, vraagt voorbereiding
koud water: goedkoop, goede temperatuurdaling, alleen voor extremiteiten (armen, handen, voeten)
cold pack: goede temperatuurdaling, gemakkelijk, herbruikbaar, goed vervormbaar, risico op huidbeschadiging, vraagt voorbereiding
instant coldpack: geen voorbereiding , kan overal gebruikt worden, duurder , risico op huidbeschadiging , slechts eenmaal bruikbaar
cold spray: grote temperatuurdaling , op de huid, duurder, zeer tijdelijke temperatuurdaling , geen diepte werking , risico op huidbeschadiging

Blaren:
Een blaar is een huidletsel. Het is een ophoping van vocht(plasma) tussen de opperhuid en de lederhuid. Blaren ontstaan bij sportbeoefening meestal door langdurige of hevige wrijving van de huid. Een blaar is een lichte wonde die je als hulpverlener in principe zelf kan verzorgen. Het doel van de eerste hulp bij een blaar is drievoudig
-beperken van het infectierisico
-verminderen van pijn en ongemak
-versnellen van het genezingsproces
Gesloten blaar: gewoon zo laten of afplakken met een tweedehuidpleister, wanneer ze niet hindert om onnodig gevaar op infectie te voorkomen. Wanneer ze wel hindert, ontsmet de blaar met een niet prikkelend licht kleurend ontsmettingsmiddel, en laat de huid 20 seconden drogen (niet blazen), prik met een steriele naald in de basis van de blaar op verschillende plaatsen (naald evenwijdig houden met de huid), duw met een steriel kompres het vocht uit de blaar, ontsmet opnieuw en dek af.
Open blaar: ontsmet de wonde, knip de loshangende huiddeeltjes weg met een schaar, ontsmet opnieuw en dek af met een steriel verband.
Atleetvoet of voetschimmel:
Atleetvoet is een schimmelinfectie aan de voeten, deze schimmelinfectie is besmettelijk, daarom draag je best badslippers, want via de vloer kan deze schimmel doorgegeven worden. Je kan atleetvoet herkennen aan volgende symptomen :
-irritatie en jeuk
-onaangename geurverspreiding
-een wit grijsachtig beslag bij de overgang naar de gewone huid
-de huid tussen de tenen (de 3de en de 4de) is beschadigd door voetschimmel
-in een verder stadium ontstaan roodheid, schilfering en zelfs kloven, die erg pijnlijk kunnen zijn. Ook teennagels kunnen aangetast worden.
Preventie:
-sproei bij het verlaten van de douche , steeds de voeten af onder water
-badslipper dragen
-leg bij het opkleden een zuivere handdoek op de grond om op te staan
-droog je voeten goed af, vooral tussen de tenen
-zorg voor een goede zweetopname in de sportschoenen door het dragen van katoenen kousen (lederen schoenen met verluchtingsgaatjes)
-was de voeten met antiseptische zeep met schimmelwerend effect
Indien geen resultaat , raadpleeg een arts, die zal een speciaal product voorschrijven, want deze schimmel is een zeer hardnekkige parasiet die heel doeltreffend en langdurend bestrijd moet worden.(een gewoon product bij de apotheker halen is geen oplossing)
Neusbloeding:
Een neusbloeding komt bij sporters vaak voor ten gevolge van een slag of stoot, of valpartij. Spontane neusbloedingen kunnen veroorzaakt worden onder invloed van de zon, hoge temperaturen of zeer zware inspanningen. Eerste hulp :
-laat het slachtoffer zitten, hoofd lichtjes VOOROVER gebogen
-vraag om door de mond te ademen
-geen bloed inslikken
-knijp gedurende 10 minuten ononderbroken het vlezige gedeelte van de neus dicht, de vingers worden tegen het benige tussenschot geplaatst, bij een kind knijp je zelf de neus dicht, je blijft bij hem om te zien dat hij niet te snel loslaat.
-indien de bloeding na 10 minuten niet gestelpt is, probeer opnieuw op dezelfde manier
-maak neus en mond schoon met een watje met lauw water
-vraag om het even rustig te doen en om de eerste uren de neus NIET te snuiten
-indien de bloeding langer duurt dan 20 minuten, ARTS raadplegen (andere letsels, trauma,...is hiervan de oorzaak)
Oogletsels:
In de sport kunnen nogal wat letsels aan de ogen ontstaan door een slag of stoot van een speler, contact met een bal. Een vuiltje in het oog is geen letsel maar kan wel hinderlijk zijn. Een voorbeeld van oogletsels zijn, een blauw oog, netvliesloslating en hoornvliesbeschadiging !!! wonden in of rond het oog zijn steeds ernstig !!! Eerste hulp :
-de ogen afschermen van het licht
-oogbewegingen vermijden
-kalmeer het slachtoffer, en bedek best beide ogen af of men houdt het gezonde oog zo veel mogelijk gesloten.
-bij netvliesloslating (pijn, gezichtsveldvermindering, mistgordijn) VERVOER HET SLACHTOFFER NIET, maar vraag een ARTS ter plaatse. (speler kan geheel blind worden)
-bij hoornvliesbeschadiging (gevoel van een vuiltje in het oog, veel traanafscheiding, last van fel licht en pijn) direct een OOGARTS raadplegen
-bij een blauw oog, legt men gewoon een koud kompres op het oog, zonder te drukken
-bij een vuiltje in het oog (stof,insect,zand) ligt het voorwerp onder het bovenste ooglid of op het hoornvlies, men verwijderd het vuiltje met een steriel kompres of met de tip van een zuivere zakdoek, bevochtigd met fysiologisch serum, of door te drukken op het traanzakje gaat het oog tranen en kan het vuiltje weggespoeld worden, ofwel het bovenste ooglid samentrekken en naar voor schuiven en terwijl de patiënt naar beneden kijkt het vuiltje verwijderen.
Als het vuiltje in het onderste ooglid bevindt, onderste ooglid naar beneden trekken terwijl de patiënt naar omhoog kijkt.
Bij zonne- of sneeuwblindheid, gevolg van langdurende blootstelling aan ultraviolet licht (gevoel van zandkorrels in de ogen te hebben, irritatie,lichtschuwheid, oog loopt rood aan, tranen) direct doorverwijzen naar een OOGARTS.
Geslachtdelen:
Trappen of slagen ter hoogte van de geslachtdelen zijn altijd zeer pijnlijk. Meestal gaat het om voorbijgaande ongemakken, maar er kunnen ook inwendige organen geraakt zijn. Het slachtoffer valt meestal op de grond, de benen opgetrokken, de handen aan de geslachtsdelen, het slachtoffer heeft zeer veel pijn, en er kan een bloeding of zwelling optreden. Eerste hulp:
-Slachtoffer laten ontspannen om de pijnreflexen te onderbreken, diep en rustig ademen
-ingeval van zwelling, koelen
-om de pijn te verzachten (als het slachtoffer dit wenst), in ruglig de benen op trekken en een lichte druk geven tot de knieën tegen de borst komen
-laat het slachtoffer urineren
-bij blijvende pijn of bloedverlies bij het urineren, direct ARTS raadplegen
Tanden:
Bij de jongere generatie met de melktandjes bijna geen probleem bij tandverlies. De oudere generatie is meestal gebaat om bij tandverlies DIRECT in te grijpen. Stelp de bloeding en beperk de zwelling door een kompres of handdoek met koud water op de mond of wonde te houden. Tanden die nog gedeeltelijk vasthangen moeten zo weinig mogelijk bewogen worden, een los hangende tand mag men zachtjes terug duwen. Een speler met een uitgeslagen tand(en) moet binnen de 30 minuten bij de tandarts gebracht worden, er bestaat immers nog een kans dat de tand weer ingroeit, wanneer hij zeer snel en vakkundig teruggezet kan worden. Hou de tand bij het vervoer vochtig, door hem bv. in de mond te bewaren, of een met speeksel bevochtigde zakdoek.
Hersenschudding:
bij een lichte slag op het hoofd, kan slachtoffer een pijnlijk gevoel aan overhouden, wanneer hij echter onderstaande symptomen vertoond !!!
- bewustzijnsverlies langer dan 10 seconden
- last van licht
- braken
- misselijkheid (overdruk in de hersenen)
- vergroting van de oogpupil
Slachtoffer DIRECT laten afvoeren, in eerste instantie moet iemand steeds bij het slachtoffer blijven, deze symptomen geven een begin van een hersenbloeding aan !!!
Diafragma:
Steken in de zij, het middenrif, duidt meestal aan dat het spijsverteringstelsel, dat nog zeer actief is (juist gegeten) een gevecht moet aangaan met de spieren (voetballende speler in volle sprint). Laat de speler een rondje wandelen en een rondje ontspannen lopen, zodoende de spijsvertering te bevorderen en het middenrif te ontspannen.
Zonneslag
Geef, bij hoge temperaturen, steeds een goeie opwarming, opbouwend, en met de nodige vochtopname(drinken) . Laat de speler bij een zonneslag, zachtjes afkoelen, met slokken drinken, en op een schaduwrijke plaats bekomen van de inspanning
Hyperventilatie:
Speler ademt zeer snel en raakt in paniek. De symptomen die een hyperventilatie vooraf gaan, zijn : droge mond, tinteling in vingers, kramp, emotionele beleving op het veld. In tegenstelling tot wat de meeste denken of de speler zelf, "ik heb ademnood, ik snak naar lucht, ik kom zuurstof te kort, ik ga dood" is het zo dat de speler TE VEEL ZUURSTOF opneemt. Het zeer veel gebruikte middel, in een zak uitademen en terug inademen, (eigen opname van stikstof) is zeer DOELTREFFEND.
Elevatie:
Elevatie is de gekwetste delen laten rusten in hoogstand, de bloedtoevoer in de kwetsuur te verminderen en de bloedafvoer te vermeerderen. Immobilisatie(onbeweeglijk houden) en elevatie gaan meestal samen. Met hoogstand bedoelen we enigszins hoger dan horizontaal en liefst boven harthoogte.
Immobilisatie:
Bij ernstige letsels of breuk kan het aanleggen van een spalk of drukverband nuttig zijn in afwachting van de komst van een ARTS, of bij het vervoer van de speler. Wat betreft de armen of schouder, is een driehoeksverband of de opgetrokken trui als draagdoek een goed hulpmiddel. Alvorens men tot spalken overgaat, moet men de gekwetste speler van het terrein verwijderen (de manier van vallen, de lighouding, de breuk, de pijnpunten, zijn parameters om uit te maken of een speler wel MAG verplaatst worden, en eventueel HOE, met behulp van draagberrie, schoudersteun van een of twee begeleiders, rekening houdend met de elevatie.
Spalken:
-de tenen of vingers moeten zichtbaar blijven zodat je kan controleren of de uiteinden van de ledematen genoeg bloed blijven krijgen
-de spalk mag niet hinderen of pijn doen
-bij letsels aan of vlak naast de gewrichten moet je de volledige lidmaatsegmenten die het gewricht vormen mee spalken (indien een speler gekwetst is aan de enkel, moet zowel de voet als het onderbeen mee gespalkt worden
Compressie:
Het aanleggen van een drukverband heeft tot doel de gewrichten te ondersteunen en te immobiliseren , de zwelling te beperken. Een drukverband wordt aangelegd met een elastische zwachtel. Controleer regelmatig of het drukverband niet te strak zit.( tintelend gevoel, verkleuring van de handen,voeten,vingers,tenen, toename van de pijn, toename van de zwelling) Er is steeds kans op het ontstaan van het logesyndroom. Een langdurend, knellend verband is altijd een gevaar voor het latere verlies van een ledemaat. (drukverband verwijderen, geen elevatie toepassen)
Brandwonden:
Een lichtere vorm van brandwonde is de schaafwonde. De andere zijn in gedeeld in graden, en kan men best herkennen aan de kleur van de huid en de blaren erop. Bij het rood aankleuren van de huid is de beste oplossing water te sprenkelen en af te koelen. Bij blaarvorming, idem + de huid afdekken tegen het licht en zeker GEEN drukverband aan te brengen.


Disclaimer
KFC De Kempen is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze pagina. De informatie op deze pagina is louter informatief bedoeld en beoogt niet dat de lezer zich hierdoor laat leiden. Als de inhoud van deze pagina op eniger wijze u zou laten leiden tot een reactie, gelieve steeds een arts te raadplegen.

 

   
Aangifteformulier kijk Hier

    - Print het bovenstaande aangifteformulier af
- Uw arts vult het gedeelte “medisch getuigschrift” in
- Let op rubriek 4 (aantal beurten kinesist)
- Kleef een vignet van de mutualiteit op het gedeelte “Aangifte van ongeval”
- Bezorg uiterlijk 7 werkdagen na de datum van het ongeval het formulier aan de gerechtigd correspondent.
- Geef een omschrijving over het gebeuren
- De gerechtigd correspondent zal het gedeelte “Aangifte van ongeval” verder invullen en naar de KBVB sturen
-
Het ongeval moet uiterlijk binnen de 14 werkdagen op de KBVB gekend zijn
- U betaalt zelf alle onkosten (doktershonoraria, geneesmiddelen,…)
- U verwittigt u mutualiteit. Zij verzamelen de kosten op één onkostennota
- Neem zonodig kopies
- U ontvangt van de gerechtigd correspondent een formulier van de KBVB waarop al de aanvaardde voorwaarden van de behandeling staan
- Bij genezing moet u uw geneesheer dit formulier laten ondertekenen, uw mutualiteit inlichten en de onkostennota opvragen.
- U of de gerechtigd correspondent stuurt deze documenten op
- Na enige tijd ontvangt u via de club de afrekening.
- Ter info: de KBVB rekent altijd 9,30 EUR dossierkosten aan

 

 

INFO - ongeval – verzekering – ziekenfonds

Over ongevallen tijdens het sporten…

Wat is een ‘ongeval’ ?

Onder ongeval wordt verstaan, de schade veroorzaakt door het plotseling of toevallig optreden van een uitwendige kracht, onafhankelijk van de wil van het slachtoffer.
Tendinitis bv. is een gevolg van overbelasting en is dus geen ongeval.

Wat doen na een sportongeval?

1) Een aangifteformulier vragen op de club

2) Indien mogelijk, bij eerste bezoek aan dokter of ziekenhuis het aangifteformulier laten invullen.

3) Binnen de 8 dagen bij de secretaris van de club terugbezorgen, samen met een klevertje van het Ziekenfonds.

4) Indien er zijn: binnenbrengen van originele documenten (facturen, afrekeningen ziekenfonds, enz.)

5) document van herstel binnenbrengen

0pgelet! Je bent niet verzekerd indien je een nieuwe kwetsuur oploopt in een wedstrijd alvorens dit document van herstel werd binnengebracht!

Wat is belangrijk om weten?

Ziekenhuiskosten: kies een gemeenschappelijke kamer, vermits de opleg voor een éénpersoonskamer en hieruit vloeiende erelonen niet worden terugbetaald.

Kinesitherapie: (het persoonlijk deel hiervan) wordt enkel terugbetaald wanneer zij op voorhand worden aangevraagd aanduiding op aangifteformulier is voldoende voor het vermelde aantal beurten indien je minstens 15 dagen inactief blijft.

Terugbetaling van je opleg door het Federaal Solidariteitsfonds (F.S.F) volgens de geldende officiële barema’s (Z.I.V.) gebeurt enkel wanneer originele documenten (facturen, afrekeningen ziekenfonds, enz.) worden binnengebracht (géén fotokopieën).

Wat verder?

Alle rekeningen eerst zelf betalen.
Na afrekening met je ziekenfonds de documenten (enkel originelen) binnenbrengen bij de secretaris van de club voor verzending naar het F.S.F.
Apothekersonkosten: bewijs voor verzekering (kasticket is onvoldoende!).
Dokters- en ziekenhuisrekeningen : facturen en afrekeningen ziekenfonds.
Per ongevalsdossier houdt de K.B.V.B. een bedrag van 8,70 € in.
Bij kwetsuren met een lange herstelperiode mag je tussentijdse afrekeningen binnenbrengen.

(Gedeeltelijke) terugbetaling van lidgeld e.a. via ziekenfondsen

Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen (NZ)

Kinderen tot en met 16 jaar kunnen per jaar volgende tussenkomsten genieten:
éénmaal per jaar terugbetaling van 30 € voor het lidgeld van een sportvereniging.

Vanaf 17 jaar kan men een tegemoetkoming krijgen van 10 euro per kalenderjaar als men zich:
- voor de duur van een sportseizoen aansluit bij een door een nationale federatie of door een stedelijke of gemeentelijke sportraad erkende sportclub
- bij een door één van de officiële fitnessfederaties erkend centrum aansluit.
Naast zeer veel andere sporten komt voetbal hier ook voor in aanmerking.

Zie hun website

Landsbond der Christelijke Mutualiteiten (CM)

CM-fit & fun kan je jaarlijks tot € 25 sponsoren voor sportieve activiteiten.
Om dit budget op te gebruiken, kan je zelf kiezen uit de volgende voordeelpakketten:

1. € 15 sponsoring als je lid wordt van een erkende sportvereniging (KBS bv.) of als je deelneemt aan een sportkamp.
2. € 15 sponsoring in het inschrijvings- of kampgeld van een erkende jeugdbeweging.
3. € 15 sponsoring voor deelname aan een erkende speelpleinwerking.
4. € 25 sponsoring voor kinderen uit het lager onderwijs die deelnemen aan sport-, bos-, zee- of sneeuwklassen.

Als je uit één pakket al een voordeel van € 15 kiest, kan je de resterende € 10 opgebruiken door een voordeel te kiezen uit een
ander pakket. CM-fit & fun geldt voor iedereen die nog geen 25 jaar is.

Hoe krijg je deze bonus uitbetaald?
Attesten, die u laat invullen door de verantwoordelijke van de club of de vereniging, zijn beschikbaar op de CM-website (PDF-document). U kan ze indienen bij uw CM-kantoor vanaf 1 januari 2006. De tegemoetkoming wordt betaald vanaf eind januari.
Indien u over lidgeld- of deelnamebewijzen beschikt, mag u uiteraard ook die indienen. De bewijzen moeten dan voldoende gegevens vermelden: naam en voornaam van de deelnemer, identificatie en handtekening van de club of vereniging, periode van lid-maatschap of deelname en het hiervoor betaalde bedrag. Kleef voor alle volledigheid een gele klever op het bewijs en bezorg het ons in een CM-direct-envelop via een CM-brievenbus.

CM-fit & fun, een voorbeeld:
Een gezin met 3 kinderen besluit meer te gaan sporten. De 3 kinderen zijn in de jeugdbeweging: CM betaalt 3 x € 15. De 2 zonen voetballen en het meisje gaat op bosklassen. Opnieuw sponsort CM elk van de kinderen voor € 10. En mama en papa volgen een jogginginitiatie en worden voor € 10 gesponsord.
Resultaat: de hele familie beweegt én CM sponsort hen voor 95 €.

Zie website CM
Attest CM at te drukken van hun site (PDF-formaat)

Landsbond van Liberale Mutualiteiten

Geen info

Zie hun website

Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten

Alleen terugbetalingen in West-Vlaanderen (voor zover we weten).

Zie hun website

 

terug naar boven